Online Museum

Dit schilderij van de Beatrixhaven te Eindhoven is gemaakt door Frans Manders in de winter van 1988. Het Beatrixkanaal is 8,6 kilometer lang en werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw aangelegd om het Wilhelminakanaal met industrieterrein De Hurk te verbinden.

De heer Manders is in 1939 in Helmond geboren en heeft in Eindhoven een opleiding gevolgd voor industriële vormgeving. Hij geniet een grote reputatie als schilder van het Brabantse landschap.

Deze geldbuidel werd gebruikt door treinpersoneel dat kaartjes aan passagiers verkocht. Elk station had eigen buidels. Het station van Eindhoven werd op 1 juli 1866 officieel geopend. Eindhoven werd door middel van de nieuwe spoorlijn verbonden met Boxtel, Venlo en Hasselt.

Deze treinlamp werd gebruikt als achterlicht en hing aan de laatste wagon van de trein. De stoomtrein reed 30 kilometer per uur, dat heel snel was in een tijd van paard en wagen. Het spoor werd zowel gebruikt voor goederen als voor treinpassagiers.

Fietsers moesten vanaf 1924 rijwielbelasting betalen. Zij moesten hiervoor ieder jaar een fietsplaatje kopen van 3 gulden. Werklozen konden een gratis fietsplaatje krijgen, maar mochten dan niet fietsen op zondag. Deze fietsplaatjes waren te herkennen aan een gat in het midden. In 1941 werd dit fenomeen door de Duitse bezetter afgeschaft.

De uitvinding van de luchtband in de negentiende eeuw is erg belangrijk geweest, hierdoor zijn voertuigen namelijk een stuk comfortabeler geworden. Op de fiets zijn luchtbanden voor het eerst succesvol gebruikt. In onze collectie bevindt zich een voetbal gemaakt van oude luchtbanden. Ken je nog meer toepassingen voor het gebruik van oude fietsbanden? We zijn benieuwd naar je verhaal.

Deze stempel werd gebruikt op station Eindhoven. Het station zorgde ervoor dat Eindhoven beter bereikbaar werd en leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de stad. Het station werd vanwege veel goederenvervoer al snel te klein en in 1916 werd een nieuw station opgeleverd.

Gezicht op het havenhoofd van het Eindhovens kanaal met de enorme gashouder waarop de 'Persil blijft Persil' reclame. De gashouder werd in 1931 geplaatst. Op dat moment was deze, met 85 meter, de hoogste gashouder van Nederland en had een inhoud van 72.000 m3. In die tijd sprak de krant met lovende woorden over deze architectonische aanwinst van de stad. In de volksmond werden de gashouders 'David' en 'Goliath' genoemd. In 1932 werd hij beschilderd met de Persilreclame. Hierover moest in de gemeenteraad vergaderd worden. Tijdens een bombardement in 1941 ging hij verloren.

Dit is een signaalhoorn die gebruikt werd door personeel van de spoorwegen, zoals een spoorwegwachter of rangeerder. Er konden signalen met verschillende betekenissen mee gegeven worden. De conducteur bijvoorbeeld gebruikte de signaalhoorn om het signaal tot vertrek aan te geven.

Burgemeester Kolfschoten gaf op 3 december 1947 met deze schop het startsein voor de aanleg van het hoogspoor. Dit hoogspoor verving de Woenselse overweg. Er kwam veel treinverkeer langs de overweg, waardoor de spoorbomen vaak gesloten waren en er veel file was. In 1953 werd het hoogspoor feestelijk geopend, de overweg werd twee jaar later gesloopt.

Je ziet hier een massief houten fietsband uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Het wiel bestond uit een binnen- en buitenring die met ijzeren klembeugeltjes aan elkaar verbonden waren. De luchtband werd pas in 1888 uitgevonden door Dunlop. In de jaren ’90 van de negentiende eeuw nam de populariteit van de fiets snel toe. Afstand was geen probleem meer, waardoor mensen elkaar vaker konden zien.

Deze stempels bevinden zich in onze collectie. Het zijn metalen reliëfstempels met een houten handvat en een opdruk: EHV, EHV2 en EHV3. Ze werden gebruikt bij de spoorwegen ergens in de vorige eeuw.

Weet jij meer te vertellen over deze stempels? Waarvoor werden ze precies gebruikt? We zijn heel benieuwd naar je verhaal. Laat het ons weten op Facebook.

Dit treinkaartje is een aandenken aan de feestelijke opening van het hoogspoor op 28 november 1953. Het hoogspoor is nog altijd in gebruik en ziet er nog hetzelfde uit als toen. Met de aanleg van het hoogspoor werden de spoorlijnen een stuk verplaatst en daarom ook het station.

Deze plaatjes werden in de eerste helft van de twintigste eeuw gebruikt door Nederlandsche Spoorwegen bij het vervoer van fietsen. Hierop stond de naam en het adres van de eigenaar van de fiets. Heb jij misschien meer informatie over het gebruik van dit soort plaatjes? Het is bij ons onbekend of de fietsplaatjes werden ingenomen als de eigenaar de fiets had opgehaald en wat werd gebruikt om de gegevens op het plaatje te schrijven. Kun jij het ons vertellen?

Op dit schilderij van Joop Smits zien we de Markt met op de achtergrond de Catharinakerk en het oude stadhuis in de Rechtestraat. Op deze plek werd al markt gehouden voordat Eindhoven stads- en marktrechten kreeg in 1232. Iedere dinsdag trokken boeren uit de omgeving naar de Markt om er hun overschotten te verkopen en in te kopen wat ze in hun eigen dorp niet konden krijgen.

Joop Smits (Eindhoven, 1938) studeerde in 1961 af aan de kunstacademie in Eindhoven.

Dit is een maquette van het derde en huidige station van Eindhoven dat werd gebouwd in 1956. Het verhaal gaat dat het gebouw is geïnspireerd op een radio van Philips. Echter, toen bestond zo’n radio nog niet! Pas in 1960 maakte Philips een radio die lijkt op dit gebouw, maar het is niet bekend of dat toeval is.

In onze collectie hebben we dit object gevonden. We hebben redenen om te denken dat het gebruikt werd door personeel van de spoorwegen. Het is ongeveer vijf cm groot. Het is niet bekend waarvoor het gebruikt werd. We zijn heel benieuwd naar jullie suggesties over herkomst en toepassing van dit voorwerp.

Het architectenbureau Van den Broek en Bakema maakte een nieuw plan voor de binnenstad van Eindhoven. Centraal hierin staat het Ribgebouw, een groot, betonnen gebouw aan de Vestdijk. Het Ribgebouw werd op schaal nagebouwd en tentoongesteld in het Van Abbemuseum. Na veel protest van burgers werd het plan in 1974 verworpen.

Het Stratumseind was de straat die vroeger Eindhoven met Stratum verbond. Naast industrie, leerlooierijen en sigarenfabrieken waren in de straat veel middenstandszaken. Er waren wel enkele cafés, maar pas in de jaren 70 werd de straat één lange reeks van uitgaansgelegenheden.

Het platteland werd ontsloten door tram- en spoorlijnen. In 1888 ging zes keer per dag een paardentram van Geldrop naar het Stationsplein, geëxploiteerd door Tramwegmaatschappij Eindhoven Geldrop. Deze werd in 1902 overgenomen door Tramwegmaatschappij de Meierij, die in 1906 de stoomtram Eindhoven-Helmond in gebruik nam. De paardentram verdween in 1905.

Kunstenaar Paul Panhuysen maakte deze maquette van zijn eigen straat, de Wilgenroosstraat. In de jaren ’70 onderzocht hij hoe beeldende kunst kan helpen bij het oplossen van problemen in een straat. Hij maakte met inspraak van de bewoners een ontwerp voor meer dan de standaard ‘stoep, parkeerstroken en rijbaan’. Helaas werd het plan nooit uitgevoerd.

Waar nu Bijenkorf en Piazza beginnen lag tot 1953 een spoor. Oversteken was een uitdaging, je kon maar 15 minuten per uur oversteken. In 1923 werd een voetgangersbrug aangelegd, maar dit was geen afdoende oplossing voor de talloze voetgangers en fietsers die tijdens het spitsuur wilden oversteken. De overgang werd dan ook spottend de "overweg der zuchten" genoemd.
De kunstenaar Johannnus Nicolaas werd in 1885 in Amsterdam geboren. Hij woonde en werkte van 1934 tot 1943 in Eindhoven. 

Je ziet hier een zogenaamde acetyleenlamp, ook wel carbidlamp genoemd. Zo’n lamp werd tussen 1900 en 1945 veel gebruikt op voertuigen (karren, auto’s en vooral fietsen). Vooral voor het platteland was de carbidlamp van grote betekenis. Samen met de fiets werd door de verlichting het sociale isolement opgeheven. Na 1945 werd de carbidlamp vrijwel geheel verdrongen door elektrische verlichting.

Dit is een vlag van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.). De N.S.B. was een Nederlandse politieke partij naar voorbeeld van de partij van Hitler en was tijdens de oorlog de enig toegestane partij. In 1942 werd de Eindhovense burgemeester Anton Verdijk ontslagen en vervangen door een N.S.B.’er.  

In de winter van 1944-1945 heerste er hongersnood in de bezette delen van Nederland. De geallieerden voerden in het voorjaar van 1945 voedseldroppings uit en wierpen blikken met onder andere vlees, meel en suiker uit vliegtuigen. Deze asbak uit circa 1945 is gemaakt van zo’n blik en herinnert aan de zware oorlogsjaren.

De nationaalsocialistische organisatie Winterhulp Nederland werd in 1940 opgericht om hulp te verlenen aan burgers in nood. Hun inkomsten kwamen voornamelijk uit collectes. De collectanten gingen tijdens de oorlog steeds vaker in N.S.B.-uniform op pad, waardoor de inkomsten drastisch afnamen.

De luchtbeschermingsdienst gaf voorlichting aan burgers over hoe zij moesten handelen tijdens luchtaanvallen en verleende tevens eerste hulp na een luchtaanval. De luchtbeschermingsdienst had afdelingen in alle stadswijken en dorpen. Per 200-300 gezinnen was er een 'blokploeg' geleid door een 'blokhoofd'.

De Philipsfabrieken werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt door het Duitse leger. De Britse luchtmacht bombardeerde op de dag na Sinterklaas, 6 december 1942, de fabrieken om een eind te maken aan deze oorlogsindustrie. De fabrieken werden zwaar beschadigd, maar ook een groot deel van de binnenstad werd verwoest. Dit gesmolten bestek is afkomstig uit een van de afgebrande huizen aan de Demer.

Eindhoven was tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal, maar het gebulder van kanonnen uit België was vaak te horen. Een grote groep Belgen vluchtte naar Nederland, vooral nadat het Duitse leger Antwerpen had ingenomen. Eindhoven stelde zich zeer gastvrij op naar deze Belgische vluchtelingen en als dank maakten zij een gedenksteen met de wapens van Nederland, België en Eindhoven. Sinds 2014 is de steen te zien in de Catharinakerk.

Dit is een Nederlandse helm uit de Tweede Wereldoorlog. Meestal heeft zo’n helm een bronzen embleem met het rijkswapen, maar op deze helm zijn geen sporen van een embleem te zien. Er zit een gleuf in voor een neklap, waardoor de helm waarschijnlijk als civiele brandweerhelm of voor luchtbeschermingsdoeleinden is gebruikt.

Dit bord is gemaakt ter herinnering aan de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944. De operatie begon op 17 september 1944 met zware bombardementen op het vliegveld en op 18 september arriveerden Amerikaanse soldaten in het centrum van de stad. De vijfpuntige ster op het bord staat voor het Amerikaanse leger. Er zijn ook drie Amerikaanse en drie Engelse vlaggen te zien en de St. Catharinakerk met wapen van Eindhoven.

In 1939 werd de Lucht Beschermingsdienst opgericht. De LBD-leden hadden onder andere de taak de bevolking te wijzen op de gevaren van luchtaanvallen en boden eerste hulp na bombardementen. Verzetsleden waren vaak lid van de LBD, omdat LBD-leden na zonsondergang de straat op mochten en reguliere burgers niet. De LBD had per 200-300 gezinnen een blokploeg, geleid door een blokhoofd. Dit armschildje werd gedragen als herkenningsteken.

Tijdens de intocht van de geallieerden op 18 september 1944 droegen duizenden vrouwen kleurige patchwork-rokken gemaakt van verschillende oude lapjes. Die lapjes konden een speciale betekenis hebben, omdat ze bijvoorbeeld afkomstig waren van kleding van familieleden die in de oorlog overleden waren. Op de zoom van deze rok staan twee stempels van Eindhoven en is de datum van de bevrijding van Nederland geborduurd.

Dit vaantje is gemaakt voor het bevrijdingsfestival in 1983 ter herinnering aan de bevrijding van Eindhoven. De stad organiseert, als enige in Nederland, jaarlijks historische, culturele en sportieve evenementen rondom vrijheid. Een fakkeltocht en defilé trekt jaarlijks door de stad, waarna het bevrijdingsvuur op Stadhuisplein wordt ontstoken en de lampjes van de lichtjesroute aan gaan.

Dit bord is afkomstig van de mannenafdeling van de Nederlandse Arbeidsdienst, de voortzetting van de Opbouwdienst waar soldaten van het Nederlandse leger vanaf 1942 verplicht in dienst moesten. De mannen sliepen in kampen en moesten met name landbouwwerkzaamheden en ontginningen doen. Het logo bestond dan ook uit een spade en korenaren.

Dit is een autoschild van de Politieke Opsporingsdienst. Leden van de POD waren vaak oud-verzetsleden. Zij hadden na de oorlog de taak om NSB'ers, Nederlandse SS'ers en mensen die onderduikers en verzetsleden hadden verraden, op te sporen. Zij werd opgepakt en opgesloten in dezelfde kampen als die van de Duitse bezetters in afwachting van hun proces.

Dit is een asbak uit 1943, gemaakt van een granaathuls van een Britse 25-pounder. Dergelijke granaathulzen, maar bijvoorbeeld ook conservenblikken, werden door de bevolking omgevormd tot allerlei voorwerpen, zoals vaasjes, doosjes en asbakken. De objecten vormden na de bevrijding een herinnering aan de oorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was van alles op rantsoen, waaronder gas en elektra. Kaarsen en carbid zorgden alsnog voor licht, zoals deze carbid tafellamp. Het opschrift op deze lamp zegt dat de lamp een brandduur heeft van 4 uur en een lichtsterkte van 20 kaarsen.

Tijdens de oorlog moesten voedingsmiddelen en goederen vanwege schaarste op rantsoen, of ‘op de bon’. De bevolking kon met de bonnen (en geld!) een aantal producten kopen op bepaalde tijden in specifieke winkels.

Het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog was erg versnipperd. Koningin Wilhelmina stuurde daarom aan op een fusie van de Ordedienst (OD), Landelijke Knokploegen (LKP) en Raad van Verzet (RVV). De Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) werd op 5 september 1944 opgericht onder leiding van Prins Bernhard. Ze droegen een blauw uniform en mouwband zoals deze.

Tijdens de oorlog moesten personen van 15 jaar en ouder verplicht een persoonsbewijs bij zich hebben met naam, geboortedatum en pasfoto. Joden kregen een grote ‘J’ in hun bewijs gestempeld.  Het zorgde ervoor dat de Duitsers makkelijker personen, zoals Joden, op konden pakken.